De Kleine Juffrouw Tijhuis

Maandagochtend.
Mijnheer Pastoor is terug naar de kerk, na zijn vaste uurtje catechismus en juffrouw laat de rekenboeken en schriften uitdelen door de meisjes die vooraan in de klas zitten. Vijf rijen meisjes van de vijfde klas en acht in een rij.
Ik zucht bij het vooruitzicht sommen te moeten maken maar nog lang niet te mogen beginnen. Pas na de zoveelste uitleg van steeds weer dezelfde makkelijke sommen. Nooit iets nieuws en eindeloos wachten op de meisjes die een beurt krijgen en een som op het bord mogen schrijven. De meesten schrijven pas na lang aarzelen een uitkomst op dat regelmatig ook nog fout is. Borstel pakken, uitkomst uitvegen en opnieuw. Pfffft. Erna mag als eerste. Ik krijg nooit een beurt. Ik kan nauwelijks op mijn plek achter in de klas stil blijven zitten en kijk de kloostertuin in waar een merel hoog in de takken van de appelboom zijn liedjes zingt.



Ook vandaag duurt het weer lang en als het zo door gaat is het pauze voor de eerste rij sommen in mijn schrift staat.

Dat schrift is mijn trots en het middel om mij bij de les te houden. Op elke bladzijde staan, in mijn keurigste handschrift, strak in het gelid, mooie rijen sommen. Daaronder is de open gebleven plek gevuld met een stempel en daarnaast in rood geschreven: ‘0 fout’.

Elke maandag sla ik alle bladzijden om en tel de stempels terwijl ik de figuren in blauwe of groene inkt gade sla. Hert, beer, giraf, aap, zebra en struisvogel. Van elk dier heb ik er een paar. Die ene aap mist zijn ogen en van elke struisvogel ontbreekt een deel van de hals. Evengoed zijn ze prachtig.

Ooit was ik in de dierentuin en kon ik de dieren van mijn stempels in het echt zien. Ik hoef mijn ogen niet eens te sluiten om ze te zien lopen, samen met nog veel meer dieren. Ook de olifant en de kangoeroe uit mijn rekenschrift van de vierde klas lopen mee in mijn hoofd.

Mijn vinger schiet ineens omhoog. ‘Ja, Elly?’

‘Juffrouw, ik snap de som niet’.

‘Wat bedoel je, Elly?’

‘Ik snap het niet, juffrouw’. Ik voel een rode kleur opkomen en Erna, naast mij lacht zachtjes.

‘Elly, je begrijpt de sommen altijd.’ Juffrouw Tijhuis kijkt naar me met een blik die ik van haar niet ken.

‘Nee, juffrouw, niet altijd!’ Mijn beurt zou vandaag zijn, als ik maar volhield de som niet te snappen. Erna had al twee beurten gehad. Hoe kon juffrouw telkens weer zo oneerlijk zijn?

Juffrouw Tijhuis heette de ‘kleine juffrouw Tijhuis’ en met haar korte beentjes dribbelt ze tot aan mijn bank op de achterste rij. Alsof ze me niet had verstaan vanaf haar vaste plek bij het bord. Ze buigt zich over mijn tafel en kijkt me recht in de ogen door haar goudkleurige bril. ‘Ik heb nog een stempel, ik vertel niet wat voor een dier.’ Het klinkt zacht en even denk ik dat ik droom. De behoefte om mijn sommen in mijn schrift te mogen schrijven wordt ineens weer groot en ik hoef niet meer op het bord. Om dit hardop te zeggen is een te moeilijke opgave voor mijn 10-jarig persoontje. Ik slik slechts, maar zelfs dat is voldoende voor de juffrouw om me ook nog toe te fluisteren: ‘Begin maar vast met je sommen in het schrift en doe je best!’

Nog nooit heb ik zo ijverig sommen gemaakt en nooit meer heb ik zo langzaam gewerkt als die ene keer, om er helemaal zeker van te zijn geen foutje te maken.

Ellen Bakker, 54 jaar, kreeg in 1964 les van Martha Tijhuis op de Katholieke St. Jozefschool te Lichtenvoorde.

Martha Tijhuis vormde samen met haar zus Grada het duo ‘kleine en grote juffrouw Tijhuis’ op de Katholieke St. Jozefschool te Lichtenvoorde. Het verhaal speelt in 1964 en ik zat bij de kleine juffrouw Tijhuis in de vijfde klas van deze meisjesschool. Voor mij was de ‘kleine’ juffrouw de ‘grote’. Zij was de juf die me meer begreep dan ik kon vatten destijds. Later, toen ik zelf leerkracht was, heb ik vaak aan haar gedacht. Ik probeerde, net als zij elk kind ‘op maat’ onderwijs te geven.

all rights reserverd © 2008 / uitgeverij XOI uitgeverij SWP     Comdev online publishing    Logacom Logavak     Zoek een bedrijf: fbg.nl