Meneer Bussemaker

Eerlijk gezegd heb ik wel meer dan ��n onvergetelijke leraar. Ik hoef nauwelijks mijn best te doen om ze in mijn herinnering op te roepen. Mijn lerares biologie bijvoorbeeld. Wat was ze teleurgesteld dat ik na mijn eindexamen hbs b in 1965 geen biologie ging studeren, en terecht. Ze had me in haar lessen zo enthousiast weten te maken voor haar vak. Zo had ze ooit het proces van veroudering uitgelegd door de huid van haar hand tussen duim en wijsvinger te nemen te laten zien hoeveel ruimte daar wel niet in zat. Hoe oud zal ze geweest zijn toen? De huid van mijn hand zit nu ik zestig ben, minstens even slap als de hare toen.



Ze wisten heel veel die leraren van toen en de verhouding met hun leerlingen was heel direct.

Er waren er meer teleurgesteld. Mijn leraar Nederlands vond het maar niks dat ik zijn vak niet koos om in verder te gaan. Ik was zo gegrepen door de po�zie. Ook had ik zijn raad opgevolgd om beschouwende stukken te gaan schrijven in plaats van de fictie die ik tot dan toe steeds als opstel had ingeleverd. Zijn nuchter �Je kan het, je stijl is in orde� was voldoende geweest.

Dat het bouwkunde geworden is in Delft had met geen enkele leraar van de middelbare school te maken. Van mijn vroegste jeugd had ik al gebouwen en plattegronden getekend. Het besluit om architect te worden stond al heel lang vast. Op de hbs zijn er alleen maar argumenten bijgekomen. Die van meneer Bussemaker bijvoorbeeld, de leraar tekenen die ook kunstgeschiedenis gaf. Meneer Bussemaker was een grote kale man met een weinig artistiek uiterlijk. Hij gaf uitdagende schilderopdrachten waardoor je onmiddellijk in een andere wereld werd getild. �De blauwe maan� die we met plakaatverf op papier moesten zien te krijgen staat me nog helder voor de geest. Bussemaker was die bevlogen leraar die iedere leerling zich wenst. Of hijzelf een groot kunstenaar was weet ik niet. In die tijd had je op middelbare scholen veel tekenleraren, die hun kunstenaarschap veel belangrijker vonden dan hun leraarschap. Op school zaten ze de dagen een beetje uit. Bussemaker was anders. Hij heeft ons weleens verteld dat hij veel geld had kunnen verdienen in een schilderijenfabriek, waar onder zijn supervisie en zijn signatuur aan een soort lopende band landschapjes zouden worden geproduceerd. Maar hij had het aanbod resoluut afgeslagen en was bij ons gebleven.
Zijn eigen kunstenaarschap toonde hij zelden. Ik heb in al die jaren maar ��n keer gezien dat hij op het krukje achter het tekentafeltje van een medeleerling ging zitten, omdat zijn voortdurende aansporingen om meer durf aan de dag te leggen tot dan toe geen enkel effect hadden gehad. We gingen er met zijn allen om heen staan en wisten niet wat we zagen. In een paar penseelstreken veranderde de weinig aantrekkelijke voorstelling in een echt berglandschap, waarin je zo had willen rondwandelen.

Maar bijna altijd waren zijn aansporende commentaren genoeg om ieder van ons in korte tijd boven zichzelf uit te doen stijgen. De enkele medeleerlingen die echt van elk tekentalent gespeend waren liet hij nooit helemaal los. De enkele echte talenten in de klas kregen steevast een onversneden tien en in wat hij erbij vertelde liet hij zonder reserve zien waarom hun prestaties ook boven de zijne uit torenden. Dat hij al zijn leerlingen zo goed kende is me nog een keer vervelend te stade gekomen. Bussemaker nam zijn vak serieus en eiste van zijn leerlingen dat ze allemaal alle opdrachten inleverden.

Mijn jongere broer, die een paar klassen lager zat, heeft me in dat kader ooit verleid om een tekening voor hem te maken. Ik was geen toptalent, maar hij bakte er echt helemaal niks van en het tekenen was om die reden niet minder dan een bezoeking voor hem. Toen ik de �vaas met bloemen� afhad, stond mijn broer erop dat ik de voorstelling eerst lelijker maakte, want met dat resultaat kon hij hoe dan ook niet bij Bussemaker aankomen. Met het uiteindelijke product ook niet, zo bleek de volgende dag. Bussemaker had aan ��n blik genoeg om te kunnen zeggen: �Dat heeft je broer gemaakt.�

Niet alleen heb ik mijn liefde voor beeldende kunst aan meneer Bussemaker te danken, ook teer ik - wat de kennis van de geschiedenis van de kunst betreft - nog voor een belangrijk deel op wat hij mij in die jaren bij mij heeft bijgebracht. Natuurlijk is daar later in Delft wat de geschiedenis van de architectuur betreft veel bijgekomen, maar op heel veel beroemde plaatsen waar ik later kwam had ik aan zijn kompas genoeg. Tijdens de lessen kunstgeschiedenis was ik het die de episcoop bediende. Op aanwijzing van Bussemaker legde ik steeds trouw het volgende plaatje op het plateau en trok het met de hendel naar de lens, waardoor de afbeelding op het grote projectiescherm verscheen. Zo schoven we onder zijn verhelderende uitleg van Dorische naar Ionische kapitelen, en van gotiek naar barok. Tijdens ��n van die vele lessen, in dat aangenaam verduisterde lokaal boven in dat gebouw aan de Catharijnesingel, heeft Wim Kievit me overgehaald om ��n van de foto�s uit zijn eigen kunstcollectie tussen het stapeltje te duwen. Op het moment dat zomaar uit het niets, meer dan levensgroot, het gezicht van Brigitte Bardot op het scherm verscheen, gebeurde er gek genoeg eigenlijk niets. Meneer Bussemaker legde ons haarfijn en omstandig uit waarom dat gezicht nu zo mooi was. Hij liet zien hoe onmiskenbaar haar ogen neus en mond bij elkaar hoorden. Waarna hij mij het signaal voor het volgend plaatje gaf.

Bas Levering

all rights reserverd © 2008 / uitgeverij XOI uitgeverij SWP     Comdev online publishing    Logacom Logavak     Zoek een bedrijf: fbg.nl